De Fries is een
oud ras dat afstamt van het primitieve Europese Bos Paard. Het ras
was voor het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog bijna
uitgestorven. Sindsdien heeft hij een comeback weten te maken als
tuig- en rijpaard. Het paard wordt tegenwoordig geëxporteerd over
de hele wereld. Zijn populariteit is nog steeds groeiende.
Lichaamsbouw:
De
dikke, volle manen en staart van de Fries zijn opvallend. Ze
worden nooit geknipt, de
staart valt helemaal tot op de grond. De vachtkleur is
zwart. Witte aftekeningen zijn niet toegestaan. Het hoofd is
lang, met korte oortjes; de gezichtsuitdrukking waakzaam en
vriendelijk. De gebogen hals wordt trots gedragen. De
onderarm, schenkel en achterhand zijn gespierd. De rug is
vaak iets diep.
Het beenwerk niet altijd even degelijk.
Verder heeft het paard overvloedig behang op het onderste
gedeelte van de benen en zijn de hoeven van zwart hoorn zeer
gehard. De Fries mag niet kleiner zijn dan
. De gemiddelde stokmaat ligt tegenwoordig rond
. Kenmerkend voor het bewegingsmechanisme van de Fries, is
de knieactie in het voorbeen. Het gebruik van de achterhand
is niet altijd even sterk.
Het
Friese Paard is afgebeeld op verschillende kunstwerken in de
Middeleeuwen. Later werd het ras, omdat het zo'n prachtige
bewegingsmechaniek had, door doelgericht te fokken, minder
zwaar, om ermee te kunnen pronken in het tuig. Hierdoor werd
het helaas wel minder geschikt voor de landbouw en dat is
dan ook de reden dat paard bijna was uitgestorven. Een
systematisch fokprogramma heeft de kwaliteit van het ras
verbeterd en het aantal Friese Paarden neemt nu weer toe.
|
Home
page | sitemap
| informatie
pagina | ruitersportevenementen
|
|